Keycloak configuratie
NL Portal gebruikt Keycloak voor de authenticatie van gebruikers. Deze pagina beschrijft alle vereisten om een Keycloak in te richten voor gebruik met de NL Portal: de clients, de token exchange, gebruikersattributen en claims.
Deze documentatie beschrijft de burger flow (gebruiker met BSN, ingelogd via DigiD) en de generieke gebruikersflow (Keycloak gebruiker zonder BSN of KVK). Voor overige flows, zoals bedrijven (eHerkenning) en machtigingen, verwijzen we naar de broncode of support. Zie Overige flows.
Token exchange
Als je een api call doet naar de backend wordt de token onderschept en wordt er een call naar Keycloak gedaan, waarmee een nieuwe token wordt opgehaald waar de bsn/kvk wél in zit. Deze wordt daarna in de rest van de applicatie gebruikt. De token van de browser bevat nooit een BSN of KVK.
Twee varianten
Keycloak kent twee varianten van de token exchange. Welke je gebruikt stel je in met één property:
Variant
token-exchange-version
Wanneer
v2
Aanbevolen. Vereist Keycloak 26.2 of hoger. Geen server features nodig, twee clients.
v1 (standaard)
Verouderd. Voor bestaande omgevingen en voor Keycloak-versies ouder dan 26.2. Vereist twee verouderde server features en drie clients.
v1 blijft in de hele 4.x-lijn de standaardwaarde, zodat bestaande omgevingen bij een upgrade niets hoeven te wijzigen. In 5.0 wordt v2 de standaard en in een latere release verdwijnt v1. Draai je op v1, dan meldt de applicatie dat bij het opstarten met een waarschuwing.
De v2-pagina bevat een migratiepad zonder downtime, inclusief terugrolstap.
Zie de officiële Keycloak documentatie voor de achterliggende verschillen tussen beide varianten.
Clients en backend configuratie
Welke clients je nodig hebt verschilt per variant:
nl-portal
public, standard flow
✓
✓
Login van de frontend (SPA). Draagt de middel mapper.
nl-portal-m2m
confidential, service accounts, met secret
✓
✓
Voert de token exchange uit namens de backend ("m2m" = machine-to-machine).
nl-portal-token-exchange
public, geen flows
✓
—
Doelclient (audience) van de token exchange. Alleen bij v1 nodig.
De volledige inrichting per variant staat op de v2-pagina en de v1-pagina.
De koppeling met de backend verloopt in beide gevallen via dezelfde environment variabelen van de app image (zie ook de Deployment guide):
JWKS_URI
Wijst de backend naar het realm waarmee hij tokens valideert: <keycloak-url>/realms/<realm>/protocol/openid-connect/certs. Draait je Keycloak onder een pad (zoals de demo-omgeving, met KC_HTTP_RELATIVE_PATH=/auth), neem dat pad dan mee: <keycloak-url>/auth/realms/<realm>/protocol/openid-connect/certs.
KEYCLOAK_TOKEN_EXCHANGE_VERSION
v1 of v2. Standaard v1.
KEYCLOAK_CLIENT_ID
Client id van de m2m (backend) client
KEYCLOAK_CLIENT_SECRET
Secret van de m2m (backend) client
KEYCLOAK_TOKEN_EXCHANGE_AUDIENCE
Client id van de token-exchange client. Alleen voor v1, waar de waarde verplicht is. Laat leeg bij v2.
De redirect-URI van de nl-portal (frontend) client moet overeenkomen met de frontend-variabele OIDC_REDIRECT_URI. De SPA plaatst zijn OIDC-callback automatisch op dat pad, dus elk pad op je eigen origin werkt; registreer die redirect-URI op de client.
Gebruikerstypen
De backend bepaalt het type gebruiker op basis van claims in de geëxchangede token. Dit geldt voor beide varianten:
Claim
aanvrager.bsnaanwezig → de gebruiker is een burger.Claim
aanvrager.kvkaanwezig → de gebruiker is een bedrijf (zie Overige flows).Geen van beide → de gebruiker is een generieke gebruiker (zie Generieke gebruikers).
Gebruikersattributen: burger flow
Voor de burger flow betekent dit:
De gebruiker in het portal realm heeft een user attribute
bsn(bijvoorbeeld999993847).Daarnaast heeft de gebruiker het user attribute
authenticationMethodmet waardedigid, dat via demiddelclaim de frontend features bepaalt (zie De middel claim).
Een burger heeft daarmee toegang tot onder andere de Mijn Gegevens pagina (BRP gegevens via Haal Centraal) en ziet zaken waarop hij of zij als initiator met dat BSN geregistreerd staat.
Generieke gebruikers (sub flow)
Een gebruiker zonder aanvrager.bsn of aanvrager.kvk claim wordt behandeld als generieke Keycloak gebruiker. De backend identificeert deze gebruiker met de eerste 13 karakters van de sub claim, met identificatietype uid.
Voor generieke gebruikers werkt een deel van de portal functionaliteit:
Zaken
Ja
Zaken moeten een rol hebben met betrokkeneIdentificatie.natuurlijkPersoon.anpIdentificatie gelijk aan de uid (eerste 13 karakters van sub).
Taken
Ja
Taakobjecten met identificatie.type = uid en identificatie.value = de uid.
Berichten
Ja
Berichtobjecten met dezelfde uid-identificatie.
Mijn Gegevens (BRP)
Nee
Vereist een burger (BSN); de pagina toont geen gegevens.
OpenKlant 2 (partijen)
Nee
Vereist een burger of bedrijf; queries geven een foutmelding.
De middel claim
De frontend leest de claim middel uit het access token van de frontend client en bepaalt daarmee welke features actief zijn. De standaard app image is geconfigureerd met de volgende authenticatiemethoden (aanpasbaar in frontend/packages/app/src/App.tsx in de monorepo):
Categorie
Waarden van middel
Gedrag
person
digid, machtigen
Persoonsweergave: Mijn Gegevens toont BRP gegevens.
Voor de burger flow stel je dit in met:
Het user attribute
authenticationMethodmet waardedigidop de gebruiker.Een protocol mapper (type User Attribute) op de frontend client die het user attribute
authenticationMethodmapt naar de claimmiddelin het access token.
Let op: als de middel claim ontbreekt valt de frontend terug op de persoonsweergave. De Mijn Gegevens pagina toont dan alleen gegevens als de gebruiker ook daadwerkelijk een burger is (BSN attribuut én mapper correct ingesteld). Is dat niet het geval, dan toont de pagina een foutmelding.
Externe identity providers
De attributen bsn en authenticationMethod zijn user attributes op de Keycloak gebruiker in het portal realm. Wanneer gebruikers via een externe identity provider inloggen (bijvoorbeeld Azure AD of DigiD via identity brokering), bestaan deze attributen niet vanzelf. Configureer in dat geval identity provider mappers in Keycloak die de attributen bij het inloggen op de gebruiker zetten. De protocol mappers op de clients (zie hierboven) mappen de attributen vervolgens naar de claims.
Audience validatie
De app image configureert alleen een jwk-set-uri en verder geen validatie op de ontvangen token. Daardoor wordt elke token die door hetzelfde realm is ondertekend geaccepteerd, ongeacht welke client die heeft uitgegeven. Een andere applicatie in hetzelfde realm kan een token van een gebruiker dus doorspelen naar de portal API.
Je sluit dat af door de backend alleen tokens te laten accepteren met een bepaalde audience:
of als property:
Twee aandachtspunten:
De property accepteert een lijst en de controle slaagt als
audéén van de waarden bevat.Zet er geen
accountin: die audience zit op vrijwel elke token in het realm, waardoor de controle niets meer tegenhoudt.
Voorwaarde: de tokens moeten de audience ook daadwerkelijk dragen. Dezelfde decoder verwerkt zowel de token van de browser als de geëxchangede token. Draagt één van beide de audience niet, dan mislukt élk verzoek. Richt daarom eerst de audience mappers in, en zet deze property pas daarna aan.
Welke waarde je invult verschilt per variant:
v1: de geëxchangede token wordt opgebouwd vanuit de doelclient en draagt daardoor een ándere audience dan de token van de browser. De waarde hierboven klopt dan niet. Controleer eerst de
audvan beide tokens en voeg waar nodig audience mappers toe, voordat je dit aanzet.
Referentieconfiguratie
De docker-compose demo-omgeving in de monorepo bevat een volledig werkend voorbeeld van alle bovenstaande configuratie, ingericht op v2. Gebruik deze als referentie bij het inrichten van een eigen Keycloak:
docker-compose/docker-compose.yaml— de Keycloak service. Let op dat hier géénKC_FEATURESstaat: dat is precies wat de v2-variant oplevert.docker-compose/imports/keycloak/nlportal-realm.json— een volledig realm met de twee clients, deaanvragerclient scope, de audience mappers, demiddelmapper en testgebruikers (burgermet BSN attribuut enauthenticationMethoddigid,bedrijfmet KVK attribuut enauthenticationMethodeherkenning).
De bestandsnamen van de realm-imports eindigen op -realm.json. Dat is geen vormvoorkeur: Keycloak gebruikt die naamgeving om de importvolgorde te bepalen, en zonder die naamgeving start Keycloak 26 niet op.
Let op bij een bestaande omgeving: Keycloak importeert met strategie IGNORE_EXISTING. Draaide je de stack al vóórdat het realm op v2 werd omgezet, dan blijft het oude realm in de database van de nl-portal-keycloak-database container staan en wordt de nieuwe versie niet geïmporteerd. De backend staat dan op v2 terwijl het realm nog op v1 staat, met als resultaat Standard token exchange is not enabled for the requested client bij elke login.
Het oude realm verdwijnt pas als je het volume van de nl-portal-keycloak-database container weggooit. Het eenvoudigste commando daarvoor doet meteen iets ruimers:
Draai dit vanuit de map docker-compose/. Let op: -v verwijdert de volumes van de hele demo-stack, dus ook de data van Open Zaak, OpenKlant, OpenProduct en Open Object. Alle imports draaien daarna opnieuw en je bent zelf aangemaakte testdata kwijt. Voor een demo-omgeving is dat precies de bedoeling; wil je alleen Keycloak resetten, verwijder dan gericht het volume van nl-portal-keycloak-database.
Overige flows
Naast de burger flow en de generieke gebruikersflow ondersteunt de NL Portal ook bedrijven (KVK / eHerkenning) en machtigingsflows (machtigen, bewindvoering). Deze flows zijn niet in deze documentatie uitgewerkt. Raadpleeg hiervoor de broncode (de common-ground-authentication-module onder backend/ en de frontend-app onder frontend/packages/app in de monorepo) of neem contact op via Community en support.
Last updated