Keycloak configuratie
NL Portal gebruikt Keycloak voor de authenticatie van gebruikers. Deze pagina beschrijft alle vereisten om een Keycloak in te richten voor gebruik met de NL Portal: de token exchange, clients, gebruikersattributen en claims.
Deze documentatie beschrijft de burger flow (gebruiker met BSN, ingelogd via DigiD) en de generieke gebruikersflow (Keycloak gebruiker zonder BSN of KVK). Voor overige flows, zoals bedrijven (eHerkenning) en machtigingen, verwijzen we naar de broncode of support. Zie Overige flows.
Token exchange
Als je een api call doet naar de backend wordt de token onderschept en wordt er een call naar Keycloak gedaan en hier wordt een nieuwe token opgehaald waar de bsn/kvk wel in zit. Deze wordt nu gebruikt in de verdere applicatie.
De token van de browser bevat nooit een BSN of KVK.
Twee varianten
Vanaf versie 3.1.0 ondersteunt de backend hiervoor twee varianten. Je kiest er één per omgeving; ze combineren niet.
De backend staat standaard op v1, zodat bestaande omgevingen ongewijzigd blijven werken. Je schakelt over met de property nl-portal.authentication.keycloak.token-exchange-version.
Kies v2 als je Keycloak 26.2 of nieuwer draait. De legacy variant is door Keycloak als verouderd gemarkeerd en wordt in een toekomstige Keycloak versie verwijderd.
De belangrijkste reden om over te stappen is niet de uitfasering zelf, maar de koppeling met fine-grained admin permissions. De legacy token exchange vereist de feature admin-fine-grained-authz:v1. Keycloak staat niet toe dat twee versies van dezelfde feature tegelijk aanstaan, en KC_FEATURES geldt voor de hele server. Eén realm die v1 nodig heeft, blokkeert daarmee Fine-Grained Admin Permissions v2 voor alle realms op die Keycloak. Keycloak heeft aangegeven geen ondersteuning voor token exchange permissions aan FGAP v2 toe te voegen, dus die situatie lost zichzelf niet op.
Zie de officiële Keycloak documentatie voor de verschillen tussen beide varianten.
Clients en backend configuratie
Welke clients je nodig hebt verschilt per variant: v2 heeft er twee, v1 heeft er drie. Dat staat op de betreffende configuratiepagina.
De koppeling met de backend verloopt in beide gevallen via dezelfde environment variabelen van de app image (zie ook de Deployment guide):
KEYCLOAK_CLIENT_ID
Client id van de m2m (backend) client
KEYCLOAK_CLIENT_SECRET
Secret van de m2m (backend) client
KEYCLOAK_TOKEN_EXCHANGE_VERSION
v1 of v2. Standaard v1
KEYCLOAK_TOKEN_EXCHANGE_AUDIENCE
Bij v1 verplicht: de doelclient. Bij v2 optioneel, meestal leeg
Optioneel, en aanbevolen bij v2: met SPRING_SECURITY_OAUTH2_RESOURCESERVER_JWT_AUDIENCES laat je de backend controleren voor welke client een token is uitgegeven. Zonder die instelling accepteert de backend elke token die door hetzelfde realm is ondertekend. Zie Audience validatie.
Gebruikerstypen
De backend bepaalt het type gebruiker op basis van claims in de geëxchangede token:
Claim
aanvrager.bsnaanwezig → de gebruiker is een burger (zie Gebruikersattributen: burger flow).Claim
aanvrager.kvkaanwezig → de gebruiker is een bedrijf (zie Overige flows).Geen van beide → de gebruiker is een generieke gebruiker (zie Generieke gebruikers).
Deze indeling geldt voor beide token exchange varianten.
Gebruikersattributen: burger flow
Voor een burger stel je het volgende in:
De gebruiker in het portal realm heeft een user attribute
bsn(bijvoorbeeld999993847).Er staat een protocol mapper (type User Attribute) die het user attribute
bsnmapt naar de claimaanvrager.bsnin het access token. Waar die mapper hoort verschilt per variant: bij v2 in een client scope op de m2m client, bij v1 op de token-exchange client.Daarnaast heeft de gebruiker het user attribute
authenticationMethodmet waardedigid, dat via demiddelclaim de frontend features bepaalt (zie De middel claim).
Een burger heeft daarmee toegang tot onder andere de Mijn Gegevens pagina (BRP gegevens via Haal Centraal) en ziet zaken waarop hij of zij als initiator met dat BSN geregistreerd staat.
Generieke gebruikers (sub flow)
Een gebruiker zonder aanvrager.bsn of aanvrager.kvk claim wordt behandeld als generieke Keycloak gebruiker. De backend identificeert deze gebruiker met de eerste 13 karakters van de sub claim, met identificatietype uid.
Voor generieke gebruikers werkt een deel van de portal functionaliteit:
Zaken
Ja
Zaken moeten een rol hebben met betrokkeneIdentificatie.natuurlijkPersoon.anpIdentificatie gelijk aan de uid (eerste 13 karakters van sub).
Taken
Ja
Taakobjecten met identificatie.type = uid en identificatie.value = de uid.
Berichten
Ja
Berichtobjecten met dezelfde uid-identificatie.
Mijn Gegevens (BRP)
Nee
Vereist een burger (BSN); de pagina toont geen gegevens.
OpenKlant 2 (partijen)
Nee
Vereist een burger of bedrijf; queries geven een foutmelding.
De middel claim
De frontend leest de claim middel uit het access token van de frontend client en bepaalt daarmee welke features actief zijn. De standaard app image is geconfigureerd met de volgende authenticatiemethoden (aanpasbaar in een fork, zie frontend/src/App.tsx in de NL Portal App repository):
Categorie
Waarden van middel
Gedrag
person
digid, machtigen
Persoonsweergave: Mijn Gegevens toont BRP gegevens.
Voor de burger flow stel je dit in met:
Het user attribute
authenticationMethodmet waardedigidop de gebruiker.Een protocol mapper (type User Attribute) op de frontend client die het user attribute
authenticationMethodmapt naar de claimmiddelin het access token.
Let op: als de middel claim ontbreekt valt de frontend terug op de persoonsweergave. De Mijn Gegevens pagina toont dan alleen gegevens als de gebruiker ook daadwerkelijk een burger is (BSN attribuut én mapper correct ingesteld). Is dat niet het geval, dan toont de pagina een foutmelding.
Externe identity providers
De attributen bsn en authenticationMethod zijn user attributes op de Keycloak gebruiker in het portal realm. Wanneer gebruikers via een externe identity provider inloggen (bijvoorbeeld Azure AD of DigiD via identity brokering), bestaan deze attributen niet vanzelf. Configureer in dat geval identity provider mappers in Keycloak die de attributen bij het inloggen op de gebruiker zetten. De protocol mappers op de clients (zie hierboven) mappen de attributen vervolgens naar de claims.
Referentieconfiguratie
De docker-compose omgeving in deze repository bevat een volledig werkend voorbeeld van alle bovenstaande configuratie, ingericht volgens de v2 variant. Gebruik deze als referentie bij het inrichten van een eigen Keycloak:
docker-compose/docker-compose.yaml, de Keycloak service. Let op dat er geenKC_FEATURESregel in staat: dat is precies wat de v2 variant oplevert.docker-compose/imports/keycloak/nlportal-realm.json, een volledig realm met de twee clients, de client scopeaanvragermet de protocol mappers vooraanvrager.bsnenaanvrager.kvk, de audience mappers op beide clients, en testgebruikers (burgermet BSN attribuut,bedrijfmet KVK attribuut).
De bestandsnamen in docker-compose/imports/keycloak/ eindigen op -realm.json. Dat is geen vormvoorkeur: Keycloak gebruikt die naamgeving om de importvolgorde te bepalen wanneer een importmap meerdere realms bevat, en zonder die naamgeving start Keycloak 26 niet op.
Overige flows
Naast de burger flow en de generieke gebruikersflow ondersteunt de NL Portal ook bedrijven (KVK / eHerkenning) en machtigingsflows (machtigen, bewindvoering). Deze flows zijn niet in deze documentatie uitgewerkt. Raadpleeg hiervoor de broncode (de module zgw/common-ground-authentication in de Backend Libraries repository en de frontend van de NL Portal App repository) of neem contact op via Community en support.
Last updated